Het gewetensonderzoek – algemeen en bijzonder

Eerder verschenen als ‘Herautje’ nr. 4, Averbode, 1931

I HET GEWETENSONDERZOEK

Een Kruistochter is een christen-uit-één-stuk, die er zich dag-in dag-uit op toelegt, standvastig te streven naar de christelijke volmaaktheid, hierbij naarstig benuttigend zijn geestelijke genadebronnen: de H. Mis, als offerhulde van aanbidding, enz., de H. Communie, als offerspijze, de H. Hostie in het Tabernakel, als offerpand, de Biecht met leiding, het Inwendig Gebed, het Gewetensonderzoek; daarbij kinderlijk-innig omgaande met zijn H. Moeder en nederig apostolerend voor Jezus’ Rijk.

Wat is streven naar de Christelijke volmaaktheid ?

Dat is niet b.v. half en half bidden, of bidden als ’t goed gaat, dan bidden we voor ons plezier. We horen te bidden voor Gods plezier, maar dat is streven naar den geest van gebed, volgens ’t voorbeeld en de van onze lieve Zaligmaker, en betrouwend op Zijn genade, om eens te komen tot een innige omgang met God in ons.

Dat is niet, b.v. nu en dan eens ootmoedig zijn of zachtmoedig, als ’t past of als ’t lukt, maar streven naar de geest van ootmoedigheid en zachtmoedigheid, zoals wij hem vinden bij O.-L.-Heer.

Dat is niet, b.v., nu en dan een versterving doen, misschien als ’t moet, maar streven om in alles en altijd Gods H. Wil te aanbidden en te beminnen als het hoogste Goed en zo heel de dag door trachten een offerlamme te zijn gelijk Jezus was.

Dat is niet zich nu en dan eens van iets onthechten, ontdoen of onthouden, maar streven om zich los te zetten van alles.

M. a. w.: streven naar de christelijke volnaaktheid is streven naar de volmaaktheid van elke deugd, volgens Jezus’ Voorbeeld, om aan Hem gelijkvormiger te worden, uit liefde tot Hem, en betrouwend op Moeder, onze Middelares van alle genaden.

Ons levensdoel is te trachten een volmaakte Christenziel te worden, door alles zo volmaakt mogelijk te leren doen uit liefde tot God, d. w. z. zo Christelijk mogelijk.

Zo Christelijk mogelijk, d. w. z. volgens Christus Jezus, volgens Zijn geest, Zijn principes, Zijn opvattingen, Zijn leer en levensregel, m. a. w.: volgens Zijn Voorbeeld.

Zo  worden we dus met volmaakter te worden ook gelijkvormiger aan O.-L.-Heer Jezus Christus.

De hemel is het paradijs waar allen gelijken op O.L.-Heer en delen in zijn geluk en glorie.

Laten wij streven naar de Christelijke volmaaktheid met dezelfde verlangens en ijver waarmee een zieke tracht en streeft naar gezondheid.

2. De plaats van het gewetensonderzoek in ons geestelijk leven

1

Het gewetensonderzoek, ’t zij algemeen of bijzonder, is niet enkel gedurende enige stille uren jacht maken op onze fouten of tekortkomingen.

Het is eerder : een korte halte op onzen levensweg.

Ziet, heel den dag zijn we toch zó druk aan de gang – en mocht het dan nog altijd met een zuiver inzicht zijn ! Is het dan werkelijk té veel dat we ’s morgens en ’s avonds, en als het kan ook ’s middags, enkele kostbare ogenblikken besteden aan een inniger en deugdelijker omgang met God en met God alleen, met Vader?

Wij nemen immers geregeld onze maaltijden! Zo  heeft ook onze ziel het nodig regelmatig op tijd verzadigd te worden, en dit geschiedt door een inniger gebed met God, vertrouwelijk. Die ogenblikken zijn haar geestelijke maaltijden.

Het opgenomen voedsel wordt heel de dag door verwerkt en omgezet tot bloed en levenskracht, zo ook moeten we de krachten, opgedaan in het gebed, heel de dag door, zoveel mogelijk besteden aan een bewuster leven en streven voor God.

Die vereniging van de ziel met God meer en meer te bestendigen is het doel van geestelijk leven. Naar die vereniging moeten we streven, ons vooral toeleggend op de ingetogenheid en de geest van versterving. Wie de ingetogenheid en de geest van zelfverloochening of versterving beoefent, leeft reeds inwendig, en zal, in ‘t licht van Gods milde genade zich ook meer en meer gaan toeleggen op het uitzuiveren van al dat onkruid van zijn verkeerde neigingen en kwade gewoonten. En anderzijds, vuriger verlangen naar een hogere, steviger, inwendiger liefde tot God. Vandaar zal zoiemand heel natuurlijk geestdriftig worden voor O.L.-Heer Jezus Christus, zijn volmaakt Voorbeeld, aan Wie hij gelijkvormig wil worden en moet worden, om God werkelijk te beminnen en zo zijn eindbestemming te bereiken, d.w.z. zijn leven te bekronen met de hemel

2

‘s Morgens een kwartier, een half uur of meer nog uitsluitend bezig zijn met God, van hart tot Hart omgaan met Hem, nadenkend over Zijn Persoon of over onze zielezaken in betrekking met Hem, terwijl wij een of ander punt uit een meditatieboek onder ogen houden, een punt, dat voor ons dan ook het uitgangspunt wordt van onze samenspraak met God, dat noemen wij mediteren of overwegen of het inwendig gebed beoefenen (Daarover later).

In de meditatie overwegen wij (weg en weer denken, zei er een Kempisch boerke) vooral de Leer, het Leven en den Persoon van O.-L.-Heer Jezus Christus, ofwel vaneen Heilige, beschouwen de zaken aandachtiger, wekken ons dan op in heiligen ijver om Zijn Voorbeeld na te volgen of Zijn Leer in praktijk te brengen, vragen met aandrang om Zijn genadekracht, d.i. bovennatuurlijke levenskracht en vernieuwen telkens ons voornemen O.-L.-Heer Jezus Christus vuriger te beminnen en aan Hem ook trouwer gelijkvormig te worden.

3

Maar wie voelt het nu niet seffens dat wij het bij de meditatie niet mogen laten? Voelt gij het niet aanstonds dat hier een controle moet worden ingericht om regelmatig de gang van ons geestelijk opgaan in ’t oog te houden, ons rekenschap vragend in hoeverre we trouw leven en vooruitgegaan, of waarin we zijn afgeweken en waarom; om nieuwe gevaren te ontdekken of nieuwe hulpbronnen, enz.

Welnu, die controle is begrepen in het gewetensonderzoek. Is “begrepen” zeggen we, want het gewetensonderzoek bestaat niet alleen in een nuchter opmaken van de balans of staat van zaken van onze ziel, maar wel in een gehele, grondige godsdienstige oefening, in enige stille uren  met God, in een korte halte op onzen levensweg, om inniger om te gaan met de Vader van onze ziel. En van die godsdienstige oefening is heel natuurlijk het gewetensonderzoek een deel. Wie Jezus Christus rechtzinnig bemint, wil ook beter worden. Vandaar het regelmatig onderzoek bestaande uit een voorbereidingen vijf punten.

In het gewetensonderzoek gunnen wij aan ons druk bezig-zijnde en soms zo verwarde hart de kostbare gelegenheid weer eens in zichzelf te keren om op te gaan tot God. En zich dan bewuster uit te spreken in de edelste gevoelens welke ons moeten bezielen ten opzichte van Hem: gevoelens van nederige aanbidding, dankzegging, smeking, verzoening, vooral gevoelens van kinderlijke liefde en vertrouwen. Met één woord: we gunnen ons hart de gelegenheid om zich te herpakken en eens echt en oprecht te bidden. Maar omdat wij beter willen worden, willen vooruitgaan in daadwerkelijke liefde tot God door volmaakter te worden, dit is gelijkvormig aan O.-L.-Heer Jezus Christus, daarom ook onderzoeken we ons ernstig aangaande onze levenswandel-en-handel en trachten elke dag met meer orde, tucht en doelmatigheid het kwade in ons, datgene wat niet deugt, weg te werken, en het goede in ons, datgene wat deugt, op te werken. Zo beschouwd is het gewetensonderzoek niet alleen een ware gewetensvorming, maar vooral een godsdienstige opvoeding van heel onze persoon, met het oog op onze volmaaktheid, uit liefde tot God.

II.

HET ALGEMEEN GEWETENSONDERZOEK (’s avonds).

Het algemeen gewetensonderzoek bestaat uit:

A. een voorbereiding.

B. vijf punten

A. De voorbereiding (2 à 3 minuten)

We bereiden ons voor met ons in Gods H. Tegenwoordigheid te stellen. Die heilzame gewoonte moeten we ons, kost wat kost, eigen maken. Hieronder enige voorbeelden; wissel eens af; spreek in ’t eerst ook met de lippen, om langzaam te leren spreken met het hart; deze genade zal niet uitblijven als iemand getrouw is. En daartoe moeten we ’t brengen te kunnen spreken van hart tot hart met God. Wij zwijgen te veel als wij spreken met God; we drukken niet genoeg onze gevoelens uit; we blijven te veel in ’t vage zweven.

1. Denk, b.v.: aan Jezus’ blik op Petrus. Denk hoe gij uzelf inhoudt, meer bewust in handen houdt als uw Overste het oog op u gevestigd heeft, u blijft bezien.

Bid daarna heel nederig: ‘O, mijn ziel, zo leef ik in Gods blik heel en al ! Niets kan ik verbergen, niets verstoppen. In de woestijn kunt ge niet vluchtten voor de zon… overal zon. Zo ben ik overal onder Gods oog. Vlucht niet, mijn ziel, maar wees nederig, versta uzelf en werp u op de knieën, aanbid uw Heer en uw God op deze plaats, want hier is Hij met u. O mijn grote God, driemaal Heilig, doordring me met uw tegenwoordigheid… O mocht ik het nooit vergeten dat ik nooit zonder U ben… waar ik ben, vind ik U ook… wij zijn onafscheidbaar…’

2. ‘O mijn Heer en mijn God, ik geloof dat Gij hier zijt. Kon ik in de hoogste hoogte stijgen, ik zou U daar vinden, ook in de diepste diepten. Caïn kon Uw oog niet ontlopen… ik ook niet… niemand, God, de Heilige, de Eeuwige, de Almachtige is hier… ik geloof. Heer, maar vermeerder mijn geloof. Ik aanbid U, ik bemin U hier op deze plaats. Ik geloof Heer !… en dat ik niets ben en Gij alles. Gij zijt mijn God en mijn al.’

3. ‘O mijn God ! Het geloof leert mij onfeilbaar dat Gij mij op ieder ogenblik in het bestaan houdt, dat ik leef en beweeg en ben in U, mijn Eeuwigen God! Zonder u kan ik niet ademen… zonder U kan ik niet gaan… mijn hand nog niet bewegen: kon ik iets uit mezelf, dan was ik zelf een schepper! Welk een onzin… Ik leef in u, mijn God: ik kan u zelfs niet beminnen zonder U: ik ben inniger in U dan ik ben in mijzelf. Langs alle zijden raak ik U: God boven mij. God voor mij. God achter mij. God rondom mij. God in mij. Mijn God, Gij doordringt mij meer en werkelijker dan het zonnelicht het glas. Ik leef in u, ik raak U langs alle zijden… Gij kunt dus niet onverschillig blijven voor hetgeen ik ben en doe, ook op dit ogenblik. Gij ziet me gedurig… Gij oordeelt mij op ieder ogenblik, ook nu. O, maak me meerbewust van uw heilige tegenwoordigheid…’

4. Eventjes nadenken over deze Arabische spreuk:

In de zwarte nacht,

op een zwarte marmeren plaat,

 God een zwarte mier zitten.

5. Als ge voor het Tabernakel zit : denk na met welk een geloof de Heiligen, vooral deze en gene, voor het Tabernakel zaten: ge moet ze zien zitten, u laten beïnvloeden door hun in- en uitwendige houding.

‘Jezus ! ik geloof in Uw eucharistische tegenwoordigheid; ik geloof, maar vermeerder mijn geloof

… God is daar,

Jezus, God en Mensch voorwaar.

God, met lichaam, ziel en leven,

God voor Wie al de Engelen beven,

liggende voor ‘t altaar :buigt u, buigt u… God is daar!

(G. Gezelle).

Jezus is daar ! Jezus is hier … ik ben bij Hem, zoals de Engelen die hier zijn erewacht vormen … ik ben hier bij Hem zoals Maria en Jozef bij Hem waren te Nazareth :… zoals de Apostelen; zoals Lazarus, Martha en Maria te Bethanië. Ik moet hen niet benijden, integendeel! Ik zie Hem wel niet, dat is ook niet nodig.. ik heb iets beters dan mijn ogen: mijn geloof: hierdoor kan ik me niet bedriegen. Jezus is dus hier! Zalig die niet zien, maar geloven!

6. U opwekken tot blijdschap: eenvoudig kinderlijk, maar diep nederig een of ander schietgebed bidden en herhalen.

-Jezus, mijn God, ik aanbid U hier tegenwoordig in het Sacrament van uw liefde (100 d. afl. telkens).

– O Jezus in het Allerheiligste Sacrament, ontferm u onzer (300 d. afl. telkens).

– Zoet Hart van Jezus, brandend van liefde tot ons, ontvlam ons hart van liefde tot U (100 d. afl. eens per dag).

– JezusChristus, Zoon van de levenden God, licht der wereld, ik aanbid U, voor U wil ik leven en sterven. Amen (100 d. afl. eens per dag).

– Alles voor U, Allerheiligst Hart van Jezus (300 d. afl. telkens).

– H. Hart van Jezus, ik geloof in uw liefde tot mij (300 d. afl. telkens).

7. Eventjes denken aan de Kribbe, Nazareth, Bethanië of aan de zaal van het Laatste Avondmaal en dan: nu is Hij hier!

Of zich een tafereel voorstellen uit het Evangelie: b.v. Jezus bij de put van Jacob, en dan: nu is Hij hier voor mij!

Of denken aan een of ander eucharistisch wonder b.v. de verschijning aan de H. Margaretha.

(Dit alles moet maar dienen om ons geloof op te wekken, opdat we dan uiterharte een akte van geloof zouden doen in de werkelijke tegenwoordigheid).

N B – Over deze voorbereiding nogal vlug heengaan. Om te sluiten doe men een of andere uitwendige akte van eerbetoon of deemoedige aanbidding, b.v. de grond kussen, het hoofd dieper buigen, op de borst kloppen: God wees mij, zondaar, genadig, de vijf wonden kussen.

B. De vijf punten

Kunnen samengevat worden als volgt

(1) Dank God

(2) smeek om licht

(3)doorzoek getrouw

(4) na een oprecht berouw

(5) beloof dan beterschap.

1. God bedanken voor zijn weldaden en voor zijn liefde (2 minuten)

Hoe God danken

1. Weer niet in ’t vage blijven; in bijzonderheden afdalen en God bedanken vooral voor die of die genade. Moest God alles terugnemen wat hij Ons gegeven heeft, dan schoot er van ons niets meer over. Niets!

‘Ik bedank U, mijn Heer en mijn God, met Jezus en Maria, met alle Engelen en Heiligen in den Hemel en alle dankbare harten op de aarde, met de zielen van het Vagevuur, voor al de genaden sedert gisteravond ontvangen; ik wil geen ondankbare zijn, nee! Ik weet dat Gij het best gediend zijt door een dankbaar hart! Maria, mijn Moeder, maak mijn hart fijngevoeliger voor Gods weldaden.’ (Hier een of ander op het oog springende genade herdenken, b.v. de H. Mis en de H. Communie; de biecht Zaterdags; een boek dat ons veel deugd heeft gedaan; een succes; een goede raad, enz., enz…)

2. God nu en dan bedanken voor sommige grote genaden uit het verleden, b.v. ons H. Doopsel; onze lieve Ouders: onze goede Scholen ; enz…

3. Niet enkel stil blijven bij Gods weldaden, maar opklimmen tot het Hart waaruit zij voortkomen: Zijn liefde ! ‘En dat alles omdat Gij mij bemint!’

‘Eer, liefde en dank aan het Allerheiligste Hart van Jezus’ (100 d. afl. telkens)

‘Allerheiligste Moeder, verwek in mij uw gevoelens van dankbare wederliefde.’

Magnificat !

Ja, U mijn dank, aanbiddelijkheid

des Heeren Jesu, toegezeid!

Aan U het korte leven:

met al wat mij ten deel viel:

met ’t kranke lijf, met hart en ziel

met alles, weergegeven!

(G. Gezelle).

2. De genaden vragen zijn fouten te kennen en te verfoeien (2 minuten)

Weer een dubbele genade vragen zijn fouten te vinden en ze te verfoeien.

1. Langzaam, ingetogen het gebed bidden tot den H. Geest: ‘Kom, o H. Geest…’

2. ‘Uw licht, mijn God, uw licht om klaar te zien in mezelf, ik ken mezelf niet… ik ben zo verblind… zo trots… ik durf me niet aan te vallen… ik ben zo laf. In een zonnestraal op mijn kamer zie ik duizend stofjes wemelen die ik anders niet zie. Zend in mijn geest zo’n zonnestraal van uw genadelicht… dat ik mijn fouten zie wemelen voor mijn oog! Uw licht, o H. Geest: laat me zien waarin ik in gebreke bleef… wat me gebonden houdt. Verlos me van mijn illusies over mijn begoochelingen over mijn zwakheid : ik sta zo goed met mijn eigen. Verlos mij van mijn ellendige kortzichtigheid!..’

3. Kom, o H. Geest en verlicht me! Geef me ook en vooral de genade om mijn fouten ernstig en gemeend te verfoeien. Trek eer mijn aandacht op door uw afkeurende afspraken, telkens als ik verkeerd doe… Geef me een eerlijker schaamtegevoel; ook moed om nut te trekken uit mijn fouten, om ze te benuttigen en nederiger te worden en meer en meer mijn betrouwen te stellen in uw genade: ik vraag u dit alles door de Allerheiligste Maagd, de getrouwe Maagd, door de roemrijken H. Jozef en mijn H. Patroon(es).

3. Het eigenlijke onderzoek (3 minuten)

De dag doorlopen, zichzelf bezig zien met deze of gene oefening, dit werk… met die persoon … in dat gezelschap:… zichzelf horen spreken. Dus: zichzelf voor zichzelf zetten: zich onder vier ogen nemen: eens rechtzinnig zijn met onszelf en met ons doen wat we zo graag doen met een ander: ons eens wikken.

Zich ondervragen, uitvragen: ben ik begonnen met een zuiver inzicht ?… grootmoedig en blijmoedig mijn plichten opgenomen ?… niet te kleinzerig geweest?… uitdrukkelijk nu en dan mijn hart verheven tot God door een schietgebed ?… verstervingen … enz.

Hierna kan men nog eventjes denken aan het puntje van het bijzonder gewetensonderzoek

4. Het Berouw (3 minuten)

Berouw en ’t vaste voornemen zijn de voornaamste punten. Hier weer leren onze gevoelens van leedwezen uit te drukken in woorden die uit ons hart opwellen.

1. Driemaal, b.v., heel nederig de akte van berouw bidden.

2. De Miserere of De profundis.

3. Denken aan een of andere Statie van de H. Kruisweg… van de H. Passie.

4. Maria aanspreken: zich gans in haar handen geven.

5. Het hart laten spreken zoals het spreekt op zijn beste oogenblikken.

6. Denken aan het Vagevuur.

7. Denken aan een of ander evangelisch tafereel aangaande Jezus’ barmhartigheid. Enz.

5. Het Vaste Voornemen (2 minuten)

Hier vooral duidelijk zijn en bepaald: ‘hier ga ik morgen bijzonder op letten;… dit moet morgen beter gaan. Goede Moeder,ik reken op U;… het moet!’

De wil wakker schudden met een duchtig ik wil en ’t zal. Krachtige bevelen doen krachtig marcheren! Zich somtijds bedreigen met een kleine versterving als men niet uitvoert wat is voorgenomen: ge moet er achterheen zitten ! Vooral zich bemoedigen, zich opmonteren in een blij vooruitzicht: b.v. dat ons zielegeluk en ook de ware liefde tot God ligt in de verbetering van onszelf en in een ernstig veroveren van de deugden: dat men altijd op Maria mag rekenen: Zij is niet enkel onze Voorspreekster, maar onze Opvoedster, onze Moeder, die heel ons bovennatuurlijk leven in handen heeft; wij liggen zo nauw aan haar Moederhart! Ook moed putten uit de gedachte aan de broosheid van het leven en aan de eeuwigheid.

Een kort maar berouwvol gebed om te sluiten: ‘Jezus, zegen mijn voornemen, ik wil! Blijmoedig opstaan.

III HET BIJZONDER GEWETENSONDERZOEK(’s middags en ’s avonds)

In het algemeen onderzoek nemen wij ’s avonds, aan het 3de punt, een vluchtig overzicht van onze dag. Het bijzonder onderzoek doen we helemaal op dezelfde wijze als het algemeen, dus inleiding en 5 punten. Nochtans, aan het 3de punt, in plaats van een algemene een blik te werpen op de afgelopen dag, pakken we een speciaal en vooraf bepaald punt onder het oog en vragen ons af hoe ’t ermee vergaan is. Zo  doen we ’s middags.’s Avonds doen we aan het 3de punt het algemeen en bijzonder onderzoek te samen (3 à 5 minuutjes voor de twee).

We overzien eerst onze dag over ’t algemeen.

En onderzoeken daarna nog even hoe het met ons bijzonder punt verliep sedert het bijzonder onderzoek van ’s middags.

A. Hoe zal men nu te werk gaan?

1.Zo  b.v.: ik heb ondervonden dat ik het altijd ben die het hoge woord voer in het gezelschap: ik weet het altijd beter. Ze hebben me daar al meer dan eens op gewezen en het goed laten voelen. Dat is niet alleen een lelijke gewoonte, erg vervelend voor de anderen, maar zij kweekt daarbij in mij de ijdelheid aan, de hoogmoed; ik ga op den duur denken dat ik alleen alle wijsheid in pacht heb; ik kan al Zo  moeilijk meer dulden dat men mij durft tegenspreken. Ik kan het niet verdragen dat men niet instemt met mijn oordeel of gedachten en ik word dan opwellingen van antipathie gewaar, van minachting, enz., flap er dan soms harde woorden uit; kwets de harten en haal me daarbij nog een heleboel andere miseries op de hals.

Ofwel: mijn zielevader heeft of mijn oversten hebben reeds meermaals mijn aandacht gevestigd op een vaak voorkomende fout, b.v. dat ik me zo traag aan ’t werk zet, altijd tijd genoeg heb… kom ik er vandaag niet, dan kom ik er morgen; dat ik dikwijls daarom te laat kom… nooit op tijd gedaan heb. Enz. enz.

Ofwel: ik ondervind dat ik vrijgevig ben, gaarne een dienst bewijs, enz.

Ofwel: dat ik getrokken word naar de H. Eucharistie, tot Maria, enz.

’s Avonds nu in mijn algemeen gewetensonderzoek, met Gods genade, blijf ik wat langer stil bij dit punt, en mij onderzoekend zie ik duidelijker in dat ik werkelijk erg opdringerig ben. Of inderdaad zo ellendig traag, niet alleen aan mijn werk, maar ook in mijn gebedsleven, uitgenomen aan tafelen in de uren van ontspanning. Of ik stel klaarder vast dat ik gaarne geef en ook mezelven gaarne geef. Of dat ik een tijdlang reeds mij meer en meer getrokken gevoel toteen intenser liefde tot Jezus-Eucharistie en tot een onafhankelijk leven met Moeder. Ik verwek in mij gevoelens van spijt over mijn fout of van innige nederige dank over het goede in mij. En in mijn vast voornemen (5e punt) verklaar ik krachtig de oorlog aan dit of dat punt of wek in mij de ijver op om me vooral te ontwikkelen in de lijn van die bepaalde deugd.

2. Daarna tracht ik me even den dag van morgen voor te stellen en te voorzien wanneer ik vooral zal moeten oppassen, met wie: of in welke gevallen ik vooral die bepaalde deugd zal kunnen beoefenen. Ook stel ik me reeds voor hoe ik dan zal handelen: morgen zal ik die persoon nooit onderbreken. Ik zal morgen eerst dit werk aanpakken en afwerken vooraleer met iets anders te beginnen. Ik zal morgen die kerk niet voorbij gaan zonder even binnen te gaan. Enz. enz.

Dus ik kies een bepaald puntje en tracht te voorzien hoe ik zal doen.

3.Zonder Gods genade gaat er niets. Niets is niets. Zonder gebed geen genade. Daarom dikwijls enige schietgebeden of een Ave Maria om Gods zegen over mijn voornemen. Alles in Maria’s handen neerleggen en op Haar vertrouwen. Dus ik verhef mijn hart tot Jezus, tot Maria, en bid om gezegend te worden. Ik prent mijn bijzonder punt nu goed in mijn geheugen. Om dapper te strijden mag ik mijn vijand of mijn doel niet uit het oog verliezen. Vandaar dat ik me ’s morgens bij ’t ontwaken, b.v. bij ‘t aankleden of bij het ter kerke gaan of in de kerk, mij even mijn bepaald punt zal herinneren. Dit is van het grootste belang. Met een beetje getrouwen wil komt men er gauw toe. Dus : ik zal ’s morgens mijn bepaald punt in ’t geheugen roepen.

5.Ook na de H. Communie er over spreken met Jezus en Maria ; het nog eens hartelijk aanbevelen en om genade vragen.

6. ‘s Middags, b.v. in een bezoekje aan Jezus-Eucharistie, zal ik mijn bijzonder onderzoekdoen, juist dus volgens de orde van het algemeen onderzoek: voorbereiding en de 5 punten. Doch, aan het 3de punt, me enkel bezighouden met mijn bijzonder puntje, deugd of ondeugd en wikken en wegen wat er mij voor te doen staat.

’s Avonds: na mijn algemeen onderzoek kom ik er weer op terug, om mezelf rekenschap te vragen over vooruitgang of nalatigheid, sedert ’s middags.

7. In den dag, als ik me betrapt op een fout tegen mijn bijzonder punt, kan ik eenvoudig en onopgemerkt, b.v. eventjes op de borst slaan, of opzien naar de kerk, of inwendig zeggen : Mijn Jezus, barmhartigheid of Ave Maria, of iets van die aard. Dat is praktisch.

8. Ik zal me nu en dan ook onderzoeken of ik de voorbereiding en elk van de vijf punten van mijn onderzoek goed doe. Of er geen sleur en slenter insluipt, en dan reageren.

9. ‘t Is ook raadzaam een hele tijd te besteden aan een en hetzelfde bijzonder punt. Niet te gauw overspringen: eerst uitslagen zien. Ons hoofdgebrek moeten we soms heel ons leven in het oog houden.

10. Raad vragen en er over spreken met mijn Biechtvader. Het succes van het onderzoek hangt af van mijn getrouwheid. Langzaam leer ik mezelf kennen. Geduld dus geduld en vertrouwen op de genade!

We moeten streven naar de Christelijke Volmaaktheid, vooral in die deugden welke moeten gepaard gaan met het trouw vervullen van onze plichten van staat.

B. Ter plaatse!

Ik zet u aan dat gij wandelt zoals het betaamt aan de roeping waarmee gij geroepen zijt. (S. Paulus aan de Ephesiërs, 4,1)

We moeten ons leren heiligen ter plaatse, d. w. z. daar waar wij dagelijks leven. De H. Johannes de Doper predikte eens dapper voor tollenaars, soldaten, vaders en moeders, m. a. w.. voor alle slag van mensen. Zijn woord sloeg geweldig in; ze kregen schrik van de wraak Gods en van die bijl, die reeds lag aan den wortel, gereed om uit te kappen. Na ’t sermoen vroegen ze : Magister, quid faciemus? (Luc. III, 12). Meester, zeg ons wat we te doen hebben in ‘t vervolg!

En zei Johannes nu: zegt uw dienst op, trek thuis weg en sluit u allemaal op tussen vier muren, of ga leven in de woestijn net als ik gedaan heb?

De H. Johannes was wel wijzer. Hij gebiedt dat ieder zich zou heiligen in zijn levensstaat.

De H. Johannes de Apostel zag in een vizioen van de Hemel een ontelbare menigte, volk van elk geslacht, van elke taal, van elken stand en staat.

Dus : U leren heiligen door uw dagelijkse plichten, uw oefeningen van godsvrucht, uw bezigheden en betrekkingen, zelfs uw maaltijden, ontspanningen en gesprekken te doen ter ere Gods, met een zuiver inzicht. Wij zijn er hier niet voor ons zelf, ook niet voor anderen, maar voor God. Wij verliezen Hem te veel uit het oog. Wij zijn hier in Zijnen dienst. Bijgevolg zouden al onze handelingen naar Hem moeten gericht worden, d.w.z. gedaan voor Hem, om Hem te dienen, uit liefde tot Hem.

Zo wordt elke handeling, welke ze ook zij, een daad van Godsdienst, een godsdienstige daad, waardoor wij God op het oog hebben. Zo  wordt elke handeling een akte van deugd. Hetzij gij dan eet, hetzij gij drinkt, hetzij gij iets anders doet, doet alles ter ere van God (St. Paulus I Cor. 10, 31).

Dus, eten en drinken mag geen lichaamsdienst zijn, maar een daad van Godsdienst. Het moet ter ere Gods geschieden, en dat geschiedt als ik eet en drink niet met het oog op het genot van te eten en te drinken, maar als ik eet en drink volgens Zijn inzicht, Zijn bedoeling waardoor Hij mij het eten en drinken voorschrijft, nl. om mijn leven te onderhouden. Zo  bewust leren handelen in onzen dagelijkse handel en wandel is God daadwerkelijk beminnen : in spiritu et veritate, in geest en waarheid.

Zo is ons leven een gedurige opdracht en toewijding aan God.

Zo bewijst onze liefde dat wij er zijn en willen zijn voor Hem.

Zo schikt onze liefde zich zoveel mogelijk naar Zijn verlangen en vermijden we alles wat Hem minder aangenaam mocht zijn.

Zo heiligen we ons ter plaatse: Zo ligt de heiligheid in ieders bereik.

Dit is nu het ware Christelijke liefdeleven. Zo deden Jezus en Maria in de volmaaktheid.

Dan zal O.-L.-Heer Jezus Christus ons ook eens kunnen belonen voor onze getrouwheid in het kleine en ons verwelkomen: ‘Welaan, goede en getrouwe dienaar, gij zijt getrouw geweest in kleine zaken, over veel zal ik U aanstellen; ga binnen in de vreugde van de Heer.’ (Matth. 25,21.)

Amen! Amen!! Zo  weze het !…

AVE MARIA

Nihil Obstat: Mechelen, 28 maart 1931, J. Naulaerts; Imprimatur: Mechelen, 28 maart 1931, F, Tessens, vic. gen.



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.